Dribbelen

Hieronder vind je enkele oefeningen die je kunnen helpen om nog beter te kunnen dribbelen
 
Oefening 1:
– Tik elke keer met de punt van je voet op de bal, oefen dit met links en rechts om en om.
(spring lichtjes als je van voet verwisselt)
Oefening 2:
– Tik elke keer met de punt van je voet op de bal om en om. Nu met een tik achter je standbeen langs.
(dus rechts, links, rechts achter standbeen links langs, links, rechts, links achter standbeen rechts langs)
Oefening 3:
– Tik met de punt twee keer van voren, dan één keer schuin, dan twee keer hak, weer één keer schuin en dan weer van voren.
Oefening 4:
– Tik de bal heen en weer tussen je linker- en rechtervoet.
Oefening 5:
– Rol de bal met je linkervoet naar achter en tik de bal met je rechtervoet weer vooruit.
Oefening 6:
– Rol de bal met je rechtervoet naar achter en tik de bal met je linkervoet weer vooruit.
Oefening 7:
– Rol de bal met je voet naar links en daarna weer naar rechts, enz.
Oefening 8:
– Tik de bal tussen je voeten van rechts naar links en dan met rechts de bal meerollen, tik de bal weer naar links en naar rechts en dan met links de bal meerollen en dan weer een tik naar rechts.
Oefening 9:
– Rol de bal met links naar achter, sleep weer naar voren en rol weer naar achter.
Oefening 10:
– Rol de bal met rechts naar achter, sleep weer naar voren en rol weer naar achter.
Oefening 11:
– Rol de bal met links naar achter, tik de bal met de bovenkant van je schoen naar voren en rol de bal weer naar achter.
Oefening 12:
– Rol de bal met rechts naar achter, tik de bal met de bovenkant van je schoen naar voren en rol de bal weer naar achter.
Oefening 13:
– Rol de bal met links naar achter, tik de bal met de bovenkant van je schoen de bal naar voren, rol nu met je rechtervoet de bal naar achter en tik de bal met de bovenkant van je voer naar voren, oefening 11 en 12 om en om dus.
Oefening 14:
– Rol de bal met je rechtervoet naar achter, tik de bal met de bovenkant van je linkervoet naar voren en rol de bal met je rechtervoet weer naar achter.
Oefening 15:
– Rol de bal met je linkervoet naar achter, tik de bal met de bovenkant van je rechtervoet naar voren en rol de bal met je linkervoet weer naar achter.
Oefening 16:
– Ga met je linkervoet op de bal staan en rol deze van voor naar achter en andersom.
Oefening 17:
– Ga met je rechtervoet op de bal staan en rol deze van voor naar achter en andersom.
Oefening 18:
– Rol de bal met je linkervoet naar rechts, voor je rechter standbeen langs en houd de bal tegen met de zijkant van je voet en rol de bal weer terug naar het midden. Rol nu de bal met je rechtervoet naar links, voor je linker standbeen langs en houd de bal tegen met de zijkant van je voet en rol de bal weer naar het midden.
Oefening 19:
– Rol de bal met je linkervoet naar achter en tik de bal met de binnenkant van je linkervoet naar linksvoor, rol nu de bal met je rechtervoet naar achter en tik de bal met de binnenkant van je voet naar rechtsvoor.
Oefening 20:
– Rol de bal met je linkervoet naar achter en tik de bal met de buitenkant van je linkervoet naar linksvoor, rol nu de bal met je rechtervoet naar achter en tik de bal met de buitenkant van je voet naar rechtsvoor.
Oefening 21:
– Rol de bal met je linkervoet naar achter, achter je rechter standbeen, tik de bal nu met de binnenkant van je linkervoet naar voren, rol nu de bal met je rechtervoet naar achter, achter je linker standbeen, tik nu de bal met de binnenkant van je linkervoet naar voren.
Oefening 22:
– Draai met je rechtervoet om de bal heen van binnen naar buiten, draai daarna met je linkervoet om de bal heen van binnen naar buiten.
Oefening 23:
– Tik de bal met je linkervoet naar rechts en weer naar links, rol de bal nu met je linkervoet naar rechts, tik nu met je rechtervoet de bal naar links en weer naar rechts, rol nu de bal met je rechtervoet naar links.
Oefening 24:
– Tik de bal van links naar rechts en weer naar links, rol de bal met je linkervoet naar links en tik de bal weer naar rechts, tik de bal nu van rechts naar links en weer naar rechts, rol de bal met je rechtervoet naar rechts en tik de bal weer naar links.
Oefening 25:
– Rol de bal met je linkervoet naar rechts, laat de bal rollen en loop mee, rol nu de bal met je rechtervoet naar links, laat de bal rollen en loop mee, nu weer met links verder.

Succes met oefenen en probeer steeds sneller en behendiger!